Meer meesters graag!

  • Gepost op: 7 October 2016
  • Door: Vincent
Tekort aan mannelijke leraren schaadt jongens
Vincent de Wit zit met slechts één andere man in de klas op de pabo en kent ook wel medestudenten die uitsluitend tussen de meisjes zitten. "Dat is niet chill."

 

Op basisscholen staan jaar na jaar minder mannen voor de klas. De weinige mannen die de lerarenopleiding überhaupt voltooien, worden in meerderheid nooit leraar, maar vinden heel ander werk. En dat geeft zorgen. Want jongens hebben wat anders nodig dan alleen maar juffen, zien mensen in het onderwijs. En die enkele overgebleven mannelijke leraar wil ook wel weer eens over voetbal praten...​

Van alle leerkrachten op basisscholen is nog maar 13 procent man. Dit blijkt uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek die vandaag bekend worden. Er zijn inmiddels scholen waar geen enkele meester meer rondloopt. En dat komt niet alleen door een gebrek aan mannelijke leerkrachten; ze zijn er wel, maar ze gaan meestal niet lesgeven. Van alle werkende mannen die de lerarenopleiding hebben afgerond, geeft maar 37 procent les, blijkt uit de CBS-cijfers. Bij vrouwen is dat percentage met 57 procent beduidend hoger. Het geringe aantal mannen voor de klas is vooral een nadeel voor jongens, zeggen meerdere onderzoekers. Die hebben namelijk een mannelijk rolmodel nodig om zich mee te kunnen identificeren.

Emeritus hoogleraar pedagogiek Louis Tavecchio (UvA): „Mannen maken eerder een grap en geven leerlingen een klap op de schouder. Ze zijn hier en daar een beetje ruw, dat vinden jongens prettig. Ook zijn ze minder lang kwaad als jongens iets verkeerd hebben gedaan en houden ze eerder rekening met de kortere concentratieboog van jongens. Ze zijn vaak directer en duidelijk.” Jongens zijn over het algemeen moeilijker te managen en tot de orde te roepen dan meisjes, zegt de hoogleraar. „Ze hebben meer bewegingsdrang en vinden het wat minder belangrijk dan meisjes om aardig gevonden te worden door hun leerkracht.” Een van de gevolgen is dat vrouwelijke leerkrachten meer conflicten met jongens hebben. „Die geven eerder negatief commentaar dan mannen. En als je een kind veel laat zien dat je zijn gedrag afkeurt, is dat heel slecht voor het zelfvertrouwen. Het geeft een enorm onveilig gevoel. We moeten oppassen dat jongens daardoor geen hekel krijgen aan school.” Meisjes hebben het volgens Tavecchio makkelijker. „Die zijn vaak sociaal vaardiger, makkelijker in de omgang, volgzamer en luisteren beter.”

Niet alleen voor de klas, ook op de opleiding zijn mannen schaars. Het aantal mannen dat aan de pedagogische academie voor het basisonderwijs (pabo) begint stijgt, maar het zijn er veel minder dan meisjes en ze stoppen vaker. Een paar mannen van de Hogeschool Utrecht Amersfoort proberen met hun groep Mannen op de Pabo (MOP) de weinige jongens het gevoel te geven dat ze onderdeel van een groep zijn. Bestuurslid Vincent de Wit: „We willen ervoor zorgen dat meester niet een uitgestorven soort wordt en dat mannelijke studenten hun studie afmaken. Want het is zorgwekkend hoe weinig mannen er voor de klas staan.” De Wit zit met één andere jongen en 18 vrouwen in de klas. „Een ander zit alleen. Dat is niet chill. Het is leuk om een man te hebben met wie je grappen kan uithalen.” Volgens De Wit, die zelf voor de onderbouw koos, is de kleuterklasstage in het eerste jaar voor velen een struikelblok. „De meeste mannen willen naar de bovenbouw. Die zien zo’n stage niet zitten en stoppen ermee. Door de MOP voelen ze zich minder alleen. We ondersteunen elkaar tijdens mannenmomenten zodat ze nog even doorzetten en die kleuterstage afmaken.” Ook voor de diversiteit van het personeel zou het goed zijn als er meer mannen voor het basisonderwijs zouden kiezen.

Loek Schueler, voorzitter van vakbond CNV Onderwijs: „Zowel mannen als vrouwen hechten daar belang aan. De klas zou de afspiegeling moeten zijn van de maatschappij, juffen en meesters, oud en jong. Dat is ook goed voor de kinderen om te zien.” Interim-schooldirecteur en voormalig leerkracht Edwin Borger is het daarmee eens. Met een groep meesters sprak hij gisteren met een aantal Tweede Kamerleden. „Ik wil dat de politiek bijdraagt aan de aantrekkingskracht van het vak.” Borger is daar „enorm trots” op. „Dat lage salaris en de hoge werkdruk is waar, maar het is een prachtig beroep. Iedere dag werk je met kinderen, en je haalt het beste uit ze wat erin zit. Ik word daar heel vrolijk van.”

Door: De Telegraaf